KOOK-TIPS

Bak de lekkerste burgers!

Ontvang net als 200.000 consumenten de nieuwsbrief!

Smeuïge burgers: om trek van te krijgen

De hamburger staat net onder de saté en boven de spareribs: op de tweede plaats in de top 3 van barbecuevlees. Maar een écht lekkere hamburger bakken op de barbecue … dát is nog niet zo makkelijk. Hoog tijd voor een lesje barbecueën. Bob van der Hout van Mr. Grill legt uit hoe.


Hoe vaak gebeurt het niet dat hamburgers aan de buitenkant zwart zijn, terwijl ze van binnen nog bijna rauw zijn? Of dat hamburgers zo droog en taai zijn dat je liever alleen de salade en het stokbrood eet? Met deze tips gaat jou dat in ieder geval niet meer gebeuren!

1. Lekker vlees

Een lekkere hamburger begint met een goed stuk vlees. Haal bij de slager rundergehakt met een vetpercentage van minimaal 20 procent, dan krijg je lekker sappige hamburgers. Vraag de slager om het gehakt grof te malen, zodat de hamburgers meer structuur hebben. Per hamburger heb je 100 à 150 gram gehakt nodig.


Ga je thuis aan de slag, kneed het gehakt dan zo min mogelijk om de grove structuur te behouden. Het liefst draai je een hamburger in één beweging in elkaar. Maak in het midden een kuiltje van een halve centimeter diep, zodat hij tijdens het bakken gelijk van dikte blijft. Eventueel kun je de hamburgers een paar uur in de koelkast leggen, zodat ze wat steviger worden. Haal ze wel op tijd uit de koelkast, zodat ze niet te koud zijn op het moment dat je gaat barbecueën.

2. Rustig aan!

De belangrijkste tip bij het barbecueën: heb geduld! De meest gemaakte fout is dat het vlees op te hete kolen wordt gebakken. Daardoor is de buitenkant al heel snel gaar, terwijl de binnenkant nog rauw is. Nu mogen hamburgers van rundergehakt vanbinnen wel een beetje rosé zijn, maar niet rauw. Hoe doe je dat?

3. Op hete kolen

Voordat je de hamburgers op het rooster legt, bestrooi je ze met zout en peper. Eventueel kun je ze iets platter maken, dan zijn ze wat sneller gaar. Schroei de buitenkant van de hamburgers dicht door beide kanten een paar minuutjes boven de hete kolen te bakken. Vervolgens schuif je de kolen aan de kant. De warmte kan er dan nog wel bij, maar de kolen liggen niet meer direct onder het vlees. Zo kunnen de hamburgers rustig even nagaren.


Heb je een kleine barbecue waardoor je de kolen niet makkelijk aan de kant kunt schuiven, dan kun je een verdeler gebruiken: een soort tussenschot. Aan één kant van het schot liggen de hete kolen (daarboven bak je); aan de andere kant ligt niets. In dat geval verplaats je dus niet de kolen maar de hamburgers.

4. Tot de kern

Wanneer zijn de hamburgers gaar? Dat weet je eigenlijk alleen zeker als je een thermometer gebruikt die de kerntemperatuur van het vlees meet. Voor een hamburger is 70 graden ideaal. Heb je geen thermometer, dan kun je een hamburger doorsnijden of er heel voorzichtig op drukken om te kijken welke kleur het sap heeft dat eruit komt. Hoe roder het sap, hoe rauwer de burger. Druk vooral niet te hard, want dan verliezen je hamburgers het sap dat ze nou juist zo lekker maakt.

5. Say cheese!

Voor een cheeseburger leg je vlak voordat de hamburger gaar is een plak kaas naar keuze op de hamburger. Meestal wordt cheddar gebruikt, maar je kunt ook oude kaas of zelfs blauwschimmelkaas gebruiken, varieer zelf! Leg er een deksel overheen zodat de kaas snel smelt.

6. Op ’n broodje

Intussen kun je de broodjes (bij voorkeur zachte witte bolletjes) opensnijden en heel even met de snijkant op het rooster leggen, zodat de binnenkant lekker knapperig wordt. Je legt de hamburger op de onderkant van het broodje en ‘kleedt’ het broodje naar wens aan. Lekker is een blaadje sla en, als je van pittig houdt, wat ingemaakte jalapeñopepers of ingemaakte rode paprika of augurk. Gefrituurde uitjes zorgen voor een stevige bite. Je topt de burger af met een goede barbecuesaus. Serveer hem met een fris en fruitig witbiertje of een glas Chardonnay. Proost, op de lekkerste hamburger!